title>ZZP transport ondernemer

ZZP Transport ondernemer mag zich niet zomaar verhuren


De transportmarkt in sterk aan het veranderen. De tendens is dat steeds meer kleine bedrijven transportbedrijven (eigen rijders en zzp-er) als ‘charter’ opereren voor de grotere transportbedrijven en steeds meer chauffeurs wagen de stap en worden zelfstandig transportondernemer. Maar je kunt niet zomaar transportondernemer worden. Er zijn een aantal wettelijke voorschriften waaraan je moet voldoen om voor een vergunning voor vervoer per vrachtwagen in aanmerking te komen. Of je nou klein wilt beginnen, of wanneer je ambities hoger liggen, één ding staat vast: voor je als transportondernemer aan de slag mag, moet je voldoen aan een aantal wettelijke eisen.

Volgens de Wet (WWG) mag een transportbedrijf alleen gebruik maken van chauffeurs die bij hem in loondienst zijn (de zgn. eis van dienstbetrekking). De enige uitzondering is dat de chauffeur via een uitzendbureau wordt ingehuurd. Dat uitzendbureau moet dan wel erkend zijn door de IVW. Een eigen rijder / chauffeur / zpp-er kan zich dus niet zelf verhuren aan een transportbedrijf en met diens vergunning rijden zonder daar in dienst te zijn. Een eigen rijder / zzp’er die zelf over een vrachtauto beschikt (gehuurd, geleased of in eigendom) wordt aangemerkt als vervoerondernemer en moet zelf over een (Euro)vergunning beschikken.

De vergunningplicht is omschreven in de Wet en Regeling Goederenvervoer WWG, die onder andere eisen stelt op het gebied van vakbekwaamheid, kredietwaardigheid en betrouwbaarheid.’ Als je hieraan voldoet kun je bij het NIWO een Eurovergunning aanvragen. De vergunningplicht geldt bij binnenlands vervoer voor voertuigen met een laadvermogen van meer dan 500 kg en bij grensoverschrijdend vervoer voor voertuigen met een maximum toegestaan gewicht van meer dan 3.500 kg.

Getuigschrift van vakbekwaamheid voor de transportondernemer
Bovenaan de lijst met eisen voor de vergunning staat het bezit van het Getuigschrift (Vakdiploma)voor Internationaal vervoer van goederen over de weg. Dit diploma moet in het bezit zijn van degene die ´daadwerkelijk en permanent leidinggeeft aan de transportwerkzaamheden´. Behalve de eigenaar van het bedrijf, mag dit ook een directeur of vennoot zijn, bedrijfsleider of procuratiehouder zijn. Het inhuren van een vakdiploma, dus ´rijden op de papieren van een ander´ is streng verboden! Wel mag iemand met een vakdiploma onder bepaalde voorwaarden als bedrijfsleider in dienst genomen worden. Denk erom: je kunt geen vergunning (ook geen tijdelijke) krijgen zolang je niet over een vakdiploma beschikt of iemand onder contract hebt die aan de voorwaarden voldoet. Er worden hiervoor geen ontheffingen verleend.

In het kader van de belastingen (en ook sociale premies) blijft het gebruik van een zzp-er of een eigen rijder oppassen geblazen. Voornamelijk artikel 610, boek 7 van het burgerlijk wetboek is daarbij van belang. De vraag die men zich altijd moet blijven stellen is in hoeverre de zzp-er of de eigen rijder wel zelfstandig is en is er wel of niet een gezagsverhouding. In hoeverre zijn de kosten van het voertuig dat gebruikt is voor de zpp-er en de eigen rijder?  In hoeverre loopt de eigen rijder en de zzp-er risico voor de vervoerde lading?  Kan de zzp-er of de eigen rijder opdrachten weigeren? Kan hij zich laten vervangen door een willekeurige derde? Is de zzp-er of eigen rijder gebonden aan huisregels? In hoeverre staat de zzp-er of eigen rijder onder gezag na het aannemen van een opdracht? 

Voor het aannemen van een privaatrechtelijke dienstbetrekking (je wordt dan beschouwd als werknemer en niet ondernemer) moet zijn voldaan aan de volgende drie voorwaarden:

  1. de verplichting van de werknemer tot persoonlijke arbeidsverrichting;

  2. een gezagsverhouding tussen werkgever en werknemer;

  3. de verplichting van de werkgever tot loonbetaling.

Inzake het eerst punt moet dus worden gekeken of de zzp-er of eigen rijder de werkzaamheden persoonlijke moet verrichten. In hoeverre kan, mag, zal en heeft de zzp-er of eigen rijder de opdracht geheel of gedeeltelijk door een ander laten uitvoeren.

Waar in veel rechtuitspraken over gevallen wordt is het feit of de zzp-er of eigen rijder de rit persoonlijk moet doen na aanvaarding van de opdracht.

In het tweede punt zou men moeten kijken naar de mate van gezagsverhouding. Hoeveel vrijheid heeft de zzp-er of eigen rijder in het uitvoeren van de opdracht. En zeker moet de vraag gesteld worden in hoeverre de zzp-er of eigen rijder vrijheid heeft ten opzichte van de chauffeurs die bij het betreffende transportbedrijf in loondienst zijn.

Dat zzp-ers of eigen rijders vrij zijn om hun om hun route naar de bestemming te kiezen is evenmin onverenigbaar met geen gezagsverhouding, als de vergoeding voor de rit genormeerd is door het gebruik van een TLN-planner voor het bepalen van de vergoeding.

De werkzaamheden van de zzp-er of eigenrijder die worden gepland door planners van opdrachtgever, het volgen van instructies van de opdrachtgever,  zich veelal te presenteren als werkend voor de opdrachtgever en is gebonden aan geheimhoudingsplicht ten opzichte van derden zijn ook zaken die vaak door een rechter worden meegenomen in hun vraagstuk of er wel of niet een gezagsverhouding is.